Want, zoals Willem Elsschot schreef:
“Tussen droom en daad staan wetten in den weg en praktische bezwaren.”
(Willem Elsschot, Het Huwelijk)
En juist dáár, in die tussenruimte,
waar droom en werkelijkheid elkaar schuren,
staan hun niet erkende kinderen,
als erfenis van menselijkheid.
Niet om te herstellen wat ooit verkeerd begon,
niet als bemiddelaar tussen ongelijkheid en pijn,
maar als nieuw begin: een plek waar respect en liefde kan groeien,
waar verhalen zonder schaamte verteld mogen worden,
waar waarheid niet langer hoeft te worden vermeden
en heling voorzichtig wortel schiet.
Zij zijn geen brug die hun twee ouders bijeenhoudt,
maar een open veld,
een blijvende verbinding waar verleden wordt erkend
en toekomst nog niet vastligt en mogelijkheden biedt
In hun bestaan ligt de hoop dat twee geschiedenissen,
die elkaar nooit liefhadden,
toch een weg kunnen vinden om menselijk te worden.